Tot
aan de regering van Karel de Grote hadden de kopiisten
een zekere vrijheid qua letterkeuze.
|
- In het begin gebruikten de monniken
alle letters uit de Romeinse
en de Laat-Romeinse tijd: Romeinse
kapitalen,
Rustica, Unciaal, Capitalis
quadrata, Half-unciaal.

- Kort na de troonsbestijging
van Karel de Grote in 768 ontwikkelde een
prominent geleerde, Alcuinus van York, een
heel nieuwe schrijfwijze: de
Karolingische minuskel.
Deze letters waren een herziene versie van
de half-unciaal. Dankzij zijn uitstekende
leesbaarheid en uniformiteit werd de Karolingische
minuskel langzamerhand het overheersende
en officiële schrift van het keizerrijk.

- Uit de Humanistische
minuskel is rond 1420 het Humanistisch
cursief voortgekomen.

|
|
|